Mijn beelden ogen vanzelfsprekend en tegelijkertijd afwijkend en raadselachtig. Op het eerste gezicht vallen de abstracte vormen op zoals cirkels, lijnen, stapels, plooien of amorfe vormen. Kijk je langer dan doemen ook meer figuratieve elementen op: een detail van een gezicht, een lichaam, een silhouet, een instrument, een schommelstoel, een verzameling flessen.
Door de figuratie en abstractie met precisie maar ook met lichtheid en humor te combineren ontstaan curieuze maar toch vanzelfsprekende beelden; beelden die tegen de realiteit aan schurken. De verbeelding wordt hier geprikkeld....
De beelden vertonen sporen van hun maakproces; deze worden geaccentueerd of in ieder geval onverbloemd zichtbaar gelaten. Het geeft de werken karakter, historie en een lading. De tussenruimte geeft de werken lucht, speelsheid, en biedt ruimte voor het associatieve...

Zo roept een levensgrote collage van amorfe vormen en fijne lijnen de associatie op van een klassiek portret van een staand figuur. Een amorfe, witte vorm helt over en buigt iets naar de kijker toe, een streng zwart vilt hangt zwaar naar beneden als was het een bos lang haar. De rest van het 'lichaam' lost op in een enkele lijn of in de leegte van de muur. Het werk stelt de kijker op de proef: Is deze onbestemde vorm wel een portret en zo ja, hoe tekent dit zich af in ons hoofd? De verbeelding wordt getart, de kijker uitgedaagd.

Of een donkere, dik en dicht gekrompen lap vilt, als een log of archetypisch lichaam. Of lijkt het meer op een vreemdsoortig, onbekend instrument? Op de plaats van het hoofd (of van de greep van het instrument) een bloem-achtige witte vorm die lucht geeft aan het beeld en de veel grotere ruimte er omheen accentueert.
Dit 'gekunstelde' object roept wellicht vragen op over de verschijningsvorm van een lichaam. Als instrument is het buiten-proportioneel en is zijn timbre zowel donker, melancholiek als ook lucide en speels. Wederom geldt: waarom deze verschijningsvorm, welke klank produceert dit object in mijn hoofd en waar dient het toe? Heeft het überhaupt zin dit te achterhalen?
Door het object secuur te definiëren én door het aan 'hem' toebedeelde plompe karakter oogt het alsof deze figuur of dit object zo moet zijn en alsof het altijd zo is geweest

In wat ouder werk speel ik met dezelfde issues: wat zie ik, hoe verhoudt het herkenbare zich tot het ongedefinieerde of a-typische? schort ik de betekenisgeving op en activeer ik daarmee de speelse blik? Is duiding eigenlijk afhankelijk van de kijker's modus operandi, van zijn stemming?

Bijvoorbeeld de collageachtige serie 'Fragmenten' (zie: Werk - Boterhal Hoorn). Hierin worden fragmenten van afbeeldingen, gemaakt van dik vilt, als een ornament achtig vlechtwerk langs de muur gerangschikt en samengebracht. Tussen de fragmenten hangen, als een soort post-it’s, tekeningen met daarop details van familieleven. De afbeeldingen zijn vaag en verbleekt en lijken aangetast door de tijd. We herkennen zowel abstracte als ook figuratieve vormen (een babyportretje, een kind op een schommelstoel, kale boomtakken in een tuin). Het geheel wordt op speelse wijze met elkaar verbonden en heeft nét genoeg verband; vilten koorden, lappen, potloodlijnen en houtskoolvegen houden de boel bij elkaar. Een soort verhaal, maar dan wel een fragmentarisch verhaal, niet chronologisch en onvolledig, meer vragen oproepend dan beantwoordend, inclusief hiaten, vlekken, rafelrandjes.

Of een installatie met een zachte, geheel uit vilt gemaakte kaptafel, waarop stapels lapjes, linten, omgevallen flessen en bloemen. Ook op de vloer restanten van bloemen. Ernaast een bijzettafel met nog meer bloemen, lapjes, linten en kleedjes. De objecten lijken op spullen uit de privésfeer en de details verraden een verleden vol rijkdom, zinnelijkheid en lichamelijkheid. In kleur (gebroken wit en zachtroze) oogt het geheel sereen, licht en zacht. Het beeld is echter ook gekreukt, verkleurd, verzakt, onbruikbaar.
Delen van deze installatie zijn gebruikt in een ruimtelijke opstelling in de installatie 'Lichte dingen verschuiven iets', waarin met een paar schermen, lappen, tafels en objecten de suggestie van een woonplek wordt gedaan. In de afzonderlijke objecten herkennen we spullen, gebruiksvoorwerpen, huiselijke aankleding en zelfs personages. Al dwalend door deze setting van zachte materialen laat de kijker zich mogelijk verleiden tot de kleinste details, versieringen en zinnenprikkelende materialen. De beelden fungeren als bouwstenen voor een materiële, architectonische beleving. Maar ondanks het krachtige materiaalgebruik, de visuele sensaties en de vele associaties valt de gebruikelijke duiding stil en doemen vraagtekens en een leegte op.

En het in lappen en lagen vilt gehuld beeld 'Figuur'. Een plomp object. Schijnbaar ooit in beweging, nu rustend, geconcentreerd en verstild. Binnen de setting van een woonhuis in Arnhem (het in situ project 'kunst op de koffie') werd het gedoopt tot 'Evenwichtskunstenaar'. Een markant onalledaags, humoristisch en brutaal beeld. Om er meer aandacht op te vestigen, met name ten opzichte van het alom aanwezige meubilair, maar ook om de doorgang van de kamer- en-suite te blokkeren, werden brede stokken op de kop van het beeld geplaatst. Het beeld zat/ stond/ lag letterlijk in weg...
De raadselachtige verschijningsvorm en het geconcentreerde balanceren van de stokken gaven het beeld extra lading; het zat op een stille en bijna irritante wijze te zitten en te zijn wat het was.

De werken tenslotte, bedekt door een dikke krijtlaag of van handgemaakt vilt, vallen op door hun sterk materiële en fysieke aanwezigheid. Ook bij de tekeningen zoek ik een soortgelijke kwaliteit: houtskool en potlood worden in het papier gewreven, geveegd en gegumd.
De dikke laag waarmee ik de houten panelen bewerk (rivierklei gemengd met konijnenlijm) sluit mooi aan bij de kwaliteit die ik zoek: het bedekt het hout met een zacht omhulsel, een sereen ogende tweede huid. Dit is aantrekkelijk, rustig voor het oog en sensueel. Door het leeglaten van het oppervlak én door de ongedefinieerde kleur zijn deze vormen echter ook enigzins hermetisch en kaal.
De keuze om daarnaast te werken met zelfgemaakt vilt is voor mij aantrekkelijk: Het heeft van zichzelf veel zeggingskracht, is heel fysiek aanwezig en het is rijk aan associaties. De tijd trekt er doorheen en laat zichtbaar zijn sporen achter.
Perfectioneren is een uitdaging maar de imperfectie is een feit. Daartoe kan je het krimpen, plooien, bobbelen, verknippen, samenvoegen of juist weer uit elkaar trekken...

Mieke Marx  

2016


-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

EDUCATIE

Naast mijn autonome werk ben ik rondleider onderwijs in het Rijksmuseum, museumdocent in de Hermitage voor Kinderen en rondleider en museumdocent in Museum Het Rembrandthuis. Soms ontwikkel ik educatieve kunst-projecten voor het onderwijs. Dit alles in de hoop mijn liefde voor kunst, zowel het kijken naar kunst als het zelf maken, over te brengen op kinderen en jongeren.
En uiteraard met als ultieme kick de verrassing over hun eigen talenten en verbeeldingskracht!
(Voor een link naar beeldmateriaal van projecten educatie neem contact met mij op via het contactformulier).

Mieke Marx

2016  / 2011 / 2008

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

LICHTE DINGEN VERSCHUIVEN IETS

CBK-Amsterdam
tentoonstelling en educatief project van Mieke Marx en Suzan Drummen
15-01 t/m 27-02 2011

RUIMTEVULLENDE EXPOSITIE:
Uitgangspunt bij de tentoonstelling was een ruimtevullende expositie te verzorgen, waarbij het autonome werk van ons beide zodanig werd samengebracht dat het geheel meer was dan de som der delen.
Direct bij het inrichten werd er door ons gekozen voor het vrijmaken van een groot vloeroppervlak. De focus lag op het creëren van licht en ruimte.
De tentoonstellingsruimte, die hoog en licht is, werd zo optimaal benut.
Vanaf het begin af aan werd ook rekening gehouden met het plaatsen en presenteren van een deel van de kunstuitleen collectie.
De aard van het werk is zeer verschillend (ander materiaal, uitstraling, temperament, kleur, sfeer, verschijningsvorm, ordening).  Tijdens het inrichten werd getracht die verschillen op de spits te drijven.
We zijn volop in dit experiment gedoken en dat bleek niet alleen leerzaam maar leverde ook interessante keuzes op.
Na heel wat opties te hebben bekeken en overwogen kwamen we gezamenlijk tot de conclusie de werken in 2 velden naast elkaar te presenteren.
Ikzelf hield de optie nog open om in een later stadium een ontmoeting te creëren op de smalle loop strook tussen de 2 velden. Hier kon nog een mogelijke vervlechting van de werken plaatsvinden, mist het voor ons beide tot een spannend en bevredigend resultaat zou leiden.
Suzan merkte echter al snel dat haar werk zodanig autonoom en in zichzelf gesloten is dat het iets wezenlijks verliest bij een samensmelting.
Uiteindelijk kozen we ervoor de werken keihard ten opzichte van elkaar te plaatsen. Beiden plaatsten we ons werk in een veld van 13 x 7.5 meter, strak naast elkaar.

SUZAN DRUMMEN
Suzan Drummen maakte binnen dat kader een vloerinstallatie die plat op de grond lag. Het geheel was samengesteld uit losliggende ronde elementen: ronde spiegels, glimmende papieren en fournituren, diamantvormig geslepen glazen objecten, kommen, boden, glazen en metalen bollen en duizenden gekleurde strasssteentjes en pailletten. Binnen het rechthoekige kader waren diverse glimmende materialen in twee patronen 'over' elkaar neergelegd.
Er was een patroon van grote bloemvormige spiegels die elk een andere kleurveld vertegenwoordigden.
De bezoekers konden zo van kleur naar kleur lopen. Over het grote patroon lag een kleiner patroon van witte stippen. De patronen waren aan de zijkanten afgesneden, als was het een detail van een nog groter liggend vloerkleed.
Het daglicht weerkaatste in de spiegels en ook de constructie van het gebouw was in de spiegels te zien.
Het neerleggen van de vele materialen was uitsluitend mogelijk dankzij de hulp van een groot aantal vrijwilligers.

MIEKE MARX
Zelf definieërde ik het veld als een plek die veel weg had van een opengebroken of binnenstebuiten gekeerde kamer. Het grondvlak bestond uit handgemaakte vilten lappen en beige vloerbedekking en was op sommige plekken verhoogd door onderliggende blokken.
Het geheel paste weliswaar binnen de 13 x 7,5 meter maar leek zich hier met hand en tand tegen te verzetten:
Het tapijt was keurig op maat geknipt, maar bij nadere inspectie bleek het verschoven, ingesneden, van de podia af te glijden en vreemd onevenwichtig te plooien.
Het geheel leek in gevecht met zijn eigen opgelegde kaders: inhoudelijk een aspect dat perfect aansluit bij mijn werk (het past nét niet, wil niet op één betekenis vastgepind worden, het wrikt).
Diverse sculpturen, van vilt, stof en metaal, kregen een plek binnen de installatie. De beelden (soms lijken ze nog het meest op een (ingepakt) figuur of een neergestreken of uitgeput beest) stonden er wat verloren bij.
Ze namen de plek gedeeltelijk in maar lieten nog genoeg ruimte voor de bezoeker om zich er tussen te nestelen. Het werk werd in het midden keihard doorkliefd door 2 zwarte gietijzeren pilaren, onderdeel van de dragende constructie van het gebouw. Zo werd het  gebouw onderdeel van het werk: de pilaren leken als twee grote stampers het beeld in beweging te zetten, door elkaar te schudden, los te wrikken en te verschuiven!

DE SAMENWERKING
Het werk van ons beide in ogenschouw nemend en kijkend naar de gekozen opstelling werd al snel duidelijk: de verschillen konden niet groter!
Alles leek in deze presentatie te gaan over tegenstellingen: Links het fel gekleurde, licht weerkaatsende, loeischerpe, nauwkeurig in een patroon geordende vloerwerk van Suzan en rechts, in zachte tinten en zwart, het licht absorberende, robuust geplooide, lichamelijke en ruimtelijke werk van mijzelf. Het leek wel een weegschaal: dag en nacht, hemel en aarde, licht en donker, kleur en toon, lichtweerkaatsend en licht absorberend, strak en los, abstract en figuratief...

DE OPSTELLING IN DE RUIMTE
Mooi aan de locatie is dat dit vanaf de entresol goed was te bekijken. Deze optie speelde bij het inrichten zeker een rol en werd door ons benut en ingezet.
Op de begane grond werd de bezoeker uitgenodigd om tussen de werken door en er om heen te lopen om zo de fysieke eigenschappen van het materiaal ook van dichtbij te ervaren.
Pas in tweede instantie, van bovenaf gezien, werd het totaalbeeld goed zichtbaar.

DE OPENING
Na het welkomstwoord door de directeur van het CBK Marina Raymakers werd het openingswoord verricht door Jetteke Bolten-Rempt, voormalig directeur van Museum de Lakenhal in Leiden. Ze had een helder en mooi betoog waarin de tegenstellingen van de kunstenaars inhoudelijk werd belicht. (zie tekst van Jetteke Bolten onderaan)
Vervolgens gaf ikzelf een toelichting op de indeling van de ruimte, beslissingen tijdens de inrichting, de samenwerking en de kunstuitleen.
Gabi Prechtl van Kunst en Bedrijf presenteerde het boek van Suzan Drummen.    

GLIMSTENEN EN ZACHTE LAPJES - EDUCATIEF PROJECT
Verschillende scholen uit het basis- en voortgezet onderwijs hebben deelgenomen aan het educatieve project bij deze tentoonstelling.
Samen met de kinderen/leerlingen werd de tentoonstelling bekeken en uitgebreid besproken. Ook kwam de plek, het CBK, ter sprake: wat is dit voor een plek? Ga je wel eens vaker naar kunst kijken? Etc.
Tijdens voorbespreking werd er veel over de tegenstellingen gesproken en werden de verschillen tussen de kunstwerken en de materialen benoemd. In groepjes werden de leerlingen uitgedaagd nog meer tegenstellingen te verzinnen en op te schrijven.
Vervolgens gingen de kinderen zelf of in groepjes met de bijzondere materialen aan de slag.

TENTOONSTELLING VAN DE EDUCATIE
Gedurende het project werd het educatieve deel steeds bijgesteld. Er werden veel foto's gemaakt.
Van de foto's werd een grote Powerpoint presentatie gemaakt. Alle kinderen, leerkrachten en ouders werden uitgenodigd om naar de eindpresentatie te komen kijken

LEZING
We gaven ook een lezing; deze bestond uit een inhoudelijke tekst over ons werk en een Powerpoint presentatie.
De opkomst was groot en de reacties waren zeer positief.

KUNSTUITLEEN
Vooraf hadden we een selectie gemaakt uit de collectie van de kunstuitleen. We besloten de verrijdbare wanden allemaal tegen elkaar aan te schuiven, waardoor er kleine intieme kamertjes ontstonden.

GESLAAGD PROJECT
Al met al kijken we terug op een zeer geslaagd project, een mooie spraakmakende tentoonstelling, waarbij de ruimte van het CBK Amsterdam op een bijzondere manier werd ingevuld. De medewerkers van het CBK, van het Stadsdeel en de vele bezoekers uit o.a. de kunstwereld waren enthousiast.
Voor ons beide was het een leerzame en inspirerende ervaring.
We hebben beiden een nieuwe stap gezet in ons oeuvre. De leerlingen en leerkrachten die aan het educatieve deel hebben deelgenomen, waren unaniem positief!

Mieke Marx en Suzan Drummen, april 2011

-------------------------------------------------------------------------------------------------------