Werk

2021
PLOOIEN, STRENGELEN, VLECHTEN, SCHIKKEN
Kerk aan zee, Muiderberg

Sinds het begin van de corona pandemie werk ik aan een grote serie reliëfs gebaseerd op ingezoomde foto’s van ouder wordende handen. We zien hier détails van rustende handen, gebogen polsen, het samenknijpen en zachtjes in huid duwen van nagels en vingers. Een herkenbaar détail van een hand wordt afgewisseld door een bijna abstract stuk huid. Die huid lijkt dan eens oud, robuust, pezig, gelooid, dan weer breekbaar, teer en lucide. We kruipen er heel dicht op: nagel, barst, rimpel en huidplooi komen naar voren en worden zo bijna tastbaar. De grens van intimiteit wordt opgezocht of bijna overschreden. De kwetsbaarheid en het veroudering-proces zijn ongemakkelijk maar tegelijk ontwapenend, mooi en ontroerend. Tijd speelt in deze serie een cruciale rol: we zien een sterk verdicht, confronterend beeld. Dit zichtbaar maken is als laveren tussen betrokkenheid en ontroering voelen enerzijds en een ongemakkelijk soort nieuwsgierigheid of voyeurisme bedrijven anderzijds. Met deze serie wil ik getuigen van aandacht voor het thema ‘Kwetsbaarheid’. Mijn educatieve aanbod ‘Beleef onvergetelijke kunst met Mieke’ sluit hier naadloos op aan. Zo onderzoek ik deze thematiek niet alleen via mijn autonome werk maar maak ik ook verbinding met kwetsbare ouderen. Zo tracht ik daadwerkelijk iets voor hén te betekenen…

TECHNIEK
Lange tijd heb ik mij toegelegd op het maken van ruimtelijk werk: ik maakte beelden en installaties, vaak van zelfgemaakt vilt, gecombineerd met andere materialen of tekeningen. In dit werk speelde het maakproces, de tactiele kwaliteiten en het begrip ‘kwetsbaarheid’ een grote rol. De laatste 3 jaar heb ik echter een techniek ontwikkeld waarbij ik een oude passie, tekenen, combineer met de materiële eigenschappen van een reliëf: houten paneeltjes worden bewerkt met een dikke pasteuze krijtlaag van konijnenlijm en klei waarop ik teken, schuur, kras en gum. Deze techniek is geïnspireerd op een oud lijstenmakers recept voor het ‘verzachten’ en bedekken van houten lijsten.
Laag voor laag modelleer ik, met de kleibolus, een oppervlak gevuld met plooien, ribbels, barsten, scheuren en andere oneffenheden. Met pastel of oliekrijt en vermalen pastelpoeder wrijf, veeg, poets en teken ik de vormen er verder in. De gemodelleerde krijtlagen zijn zo dik dat ik, na het daarop aanbrengen van kleur, de toplaag er deels afschuur of weg gum. Zo ‘bevrijd’ ik de dikke reliëf-lagen én maak deze weer zichtbaar. Maar ook versterk ik bewust, door het opschuren, de stralend witte lichtkwaliteit van de onderliggende klei. De met de hand gezaagde en geschuurde houten paneeltjes, afgerond aan de hoeken, zijn niet geheel aan elkaar gelijk of perfect qua afwerking; hun ‘unieke’ uitstraling geeft ze de menselijke maat die ik zoek. Ook de zachtheid van de kleilaag, het materiële karakter van het oppervlak, de lichamelijkheid en de lichtwaardes zijn aspecten die ik bekrachtig; ze passen perfect bij mijn thematiek. Het materiële, de kwetsbaarheid, de gebrekkigheden in de vorm van kras, buts of bobbel: ze worden gezien, onder het vergrootglas gelegd.

DE TECHNIEK / REFERENTIES
Gaandeweg het ontwikkelen van de techniek, het ‘tekenen’ met pastel en pigmentpoeders op een klei-reliëf, ontdekte ik de verwantschap met diverse technieken uit de kunstgeschiedenis. Ik hou van dit soort historische paralellen en vind het inspirerend daarop te reageren en dit te bekrachtigen. Allereerst die van de oudste tekeningen, de rotstekeningen: de bobbelige, oneffen muur wordt daar buik van een figuur, bizon of paard; ribbel of bobbel wordt hoorn, oog of huid. Al dan niet bewust gebruikt wordt het op die manier onderdeel van de tekening en draagt het, voor de hedendaagse kijker, bij aan de zeggingskracht hiervan. Ook is er verwantschap met de fresco- schilderkunst door de zachte, zuigende kwaliteit van een kalk-of klei- ondergrond. En tenslotte met het polychromeren van sculpturen, portalen of timpanen in de late Middeleeuwen of van sculpturen bij de oude Grieken, Romeinen en Etrusken. Interessant hieraan is dat later gemaakte reconstructies aantonen dat het kleurgebruik van bijvoorbeeld de Grieken niet louter decoratief was, maar ook diende om de ruimtelijkheid en het realisme van de beelden te versterken. Deze (deels achteraf ontdekte) inzichten bekrachtig en benut ik.

2022/2023
TIJD!
“De tijd bestaat alleen omdat anders alles tegelijk zou gebeuren”
A. Einstein
De Boterhal, Hoorn
Concept en samenstelling: Mieke Marx
Deelnemende kunstenaars: Mieke Marx, Suzan Drummen, Martin Fenne, eventueel aan te vullen met nog een andere kunstenaar

Een prachtig plan lijkt het me: De tijd laten ‘voelen’, de tijd doen vertragen, dan weer te versnellen, desnoods voor even helemaal stil te zetten…
Juist in kunstwerken (én uiteraard in muziek, film of dans) lukt het om zoiets abstracts als ‘tijd’ voelbaar of zichtbaar te maken; om de tijd te verdichten, te doen stollen, voor even stil te zetten dan wel razendsnel voorbij te laten gaan.
De tijd als gestold beeld; al is het alleen maar doordat de tijd voelbaar aanwezig is in een door mensenhanden vervaardigd beeld.
En omgekeerd: Gestolde tijd in de vorm van een ver-intensiveert beeld.

Zo zien we in de ‘gestolde’ reliëf-panelen van Mieke Marx details van ouder wordende handen: We zien hangende of gebogen polsen, details van rustende handen of gebogen vingers, het samenknijpen en zachtjes in huid duwen van nagels en vingers. Een herkenbaar detail van een hand of handpalm wordt afgewisseld door een bijna abstract stuk huid. Die huid lijkt dan eens oud, robuust, pezig, gelooid, dan weer breekbaar, teer en lucide. We kruipen er heel dicht op: nagel, barst, rimpel en huidplooi komen naar voren en worden zo bijna tastbaar. De grens van intimiteit wordt opgezocht en hier en daar overschreden. De kwetsbaarheid en het veroudering-proces zijn ongemakkelijk maar ook eerlijk, mooi en ontroerend. Al van verre wordt herkend waar het hier over gaat en de kleur van huid verteld ons: lichaam, huid! Kom je dichterbij en neem je de tijd om deze werken van dichtbij te bekijken, dan vallen juist de vele kleurnuances op. Kijk je nog langer dan doemen barsten, schilfers, vlekken, krassen, en andere oneffenheden op. Langzaam ontdek je dat het hier gaat over de invloed van tijd op het menselijk lichaam: over kwetsbaarheid en verouderingsprocessen. Huid, rimpel, plooi…Materie en de kwetsbaarheid daarvan in gestolde ‘beelden’ gevat.

Tijd
Tijd speelt in deze serie een cruciale rol: niet alleen omdat het gaat over veranderingen in het menselijk lichaam, ingezet door de hoeveelheid geleefde levensjaren, ook de vele te ontwaren lagen (onderliggende reliëf-lagen van klei met daar bovenop al dan niet geschuurde kleurlagen van pastel en pigmentpoeders) verraden een tijdrovend, aandachtig en intensief maakproces.

OUDERE SERIES

2018/2019
In mijn series werk, ‘Il polline delle stelle’, ‘Huilen, krijten, schreien, wenen’, ‘Bits and pieces’ en ‘Snel, zwaar en soms heel oud’ zijn houtpanelen met een krijtlaag bedekt. Op de dikke materiële laag van konijnenlijm met klei en krijt is getekend met pastel en oliekrijt. Deze lagen zijn bekrast, geschuurd of bedekt met nog weer een laag krijt. Soms als scherven aan de wand bevestigt, soms als liggende of hangende werken op muur of vloer bevestigd. De series worden apart of juist in onderlinge samenhang getoond. Hierdoor ontstaat een complexe thematiek waarbij de betekenis van de werken en de verbeelding op de proef worden gesteld.

IL POLLINE DELLE STELLE
Bij ‘Il polline…’ zien we wit uitgelichte hemellichamen die zijn omgeven door het donkerste zwart. Maar ook panelen of schijven vol materie: doorploegde cirkels vol kraters, krassen, butsen en sporen. De tegenstelling tussen de textuur en de materie enerzijds en het inwendige,  bijna onwezenlijke immateriële licht kan bijna niet groter.

HUILEN, KRIJTEN, SCHREIEN, WENEN
Zien we hier hemellichamen, lichtflitsen, kraters, huid, bot? Langzaam ontsnapt het beeld uit zijn diep zwarte achtergrond. Koppen worden zichtbaar, bedekt met handen of naar voren gebogen. Druipende krijtlaag of naar beneden vallend haar, wit opgeschuurde dikke brokjes krijt of glasheldere tranen?

BITS AND PIECES
bij deze werken zijn details te herkennen van het menselijk lichaam zoals een voet, een gezicht, handen, een borst en een romp. Waar de krijtlaag bij de hemellichamen zorgt voor een mysterieus wit licht, krijgt het bij deze lichamelijke details juist iets heel concreets en materieels als huid, rimpel of bot. Soms kwetsbaar en ontbloot, soms door een dikke laag klei half afgedekt als was het gedoopt in een extra topping. Ze ogen materieel, krachtig maar lijken tevens leftovers, restanten: Bits and pieces….

SNEL, ZWAAR EN SOMS HEEL OUD
In de serie ‘Snel, zwaar en soms heel oud’ zien we silhouetten en organisch aandoende vormen. Soms lijken het  buitelende lichamen of fragmenten van een torso, dan weer krijgen ze iets dierlijks als was het een soort zeehond of schild van een kever. Nergens wordt de ware identiteit onthuld, nergens het object gepreciseerd. Sterker nog, het lijkt alsof de objecten juist moedwillig zijn afgedekt met een extra laag, een tweede huid, een levendige sluier of ondoordringbaar schild. Hun betekenis schuilt misschien juist wel in het ongedefinieerde en ongekende, het niet benoembare.
Net als bij ‘Il Polline…’  zijn ze als scherven los en in onderlinge samenhang gepositioneerd aan de wand. Door zaagsneden en inkepingen lijken de vormen op fragmenten en brokstukken. De verbeelding wordt op de proef gesteld zoals bij het zien van een hedendaagse presentatie van een Grieks fries waaruit delen zijn verdwenen. Betekenissen worden gegenereerd, leegtes  aan- of opgevuld, lagen imaginair afgepeld…
Wederom is er veel aandacht besteedt aan het oppervlak en de huid waardoor dit levendig en tactiel oogt

TECHNIEK
Naast het intense contrast tussen het diep, ondoordringbaar zwarte krijt en het maagdelijke wit van de kleilaag, met alle grijswaarden daar tussenin is er ook nog de ‘huid’ van het object dat opvalt: Door het toepassen van een frottage-achtige techniek van wrijven, schuren en tekenen over onderliggende lagen en oneffenheden worden deze te voorschijn getoverd en blootgelegd.
Het object  oogt hierdoor levendig en gelaagd: aan de ene kant gecontroleerd, helder in vorm, afgewerkt en uitgebalanceerd, anderzijds ‘gepokt en gemazeld’, met een oneffen, bobbelige, aangetaste  en onregelmatige huid. Niet alleen de menselijke hand maar ook de tijd en het licht lijkt hier doorheen getrokken.
Een object als een residu…. een residu van iets ouds, van een geschiedenis, van levendige processen.

RUIMTELIJK WERK EN INSTALLATIES
Bij de wat oudere 3-dimentionale beelden en installaties doemen de figuratieve associaties vlotter op: een detail van een gezicht, een lichaam, een silhouet, een instrument, een schommelstoel, een kaptafel met verzameling flessen.
Door de figuratie en abstractie met precisie maar ook op speelse wijze te combineren ontstaan curieuze, enigszins bevreemdende beelden. Beelden die vertrouwd voelen maar ook vragen oproepen: waar kijk ik eigenlijk naar? mist er iets en zo ja, wat? Het zijn heldere, bijna esthetische vormen maar vanwaar die kreukels, plooien, bobbels, krassen?
Ook hier fragmenten waarbij de tussenruimtes op muur of in de ruimte de kijkervaring verlevendigen; ook hier vinden sporen, leegtes en hiaten volop hun plek in het maakproces.

DE GEHEUGENMACHINE
Zoals bij het collageachtige werk ‘De geheugenmachine’ (Boterhal Hoorn). In deze installatie op de verweerde muur fragmenten van afbeeldingen, gemaakt van dik vilt, die als een ornament-achtig vlechtwerk langs de muur werden gerangschikt en samengebracht.
Tussen de fragmenten, als een soort post-it’s, tekeningen met daarop details van familieleven. De afbeeldingen vaag en ‘verbleekt’.
We herkennen zowel abstracte als figuratieve elementen: een babyportretje, een kind op een schommelstoel, kale boomtakken naast bloem-achtige vormen, lijnen, strepen, vegen en vlakken. Het geheel op speelse wijze met elkaar verbonden en met nét genoeg verband; vilten koorden, lappen, potloodlijnen en houtskoolvegen worden ingezet om de boel bij elkaar te houden. De uitkomst lijkt nog het meest op een soort machine: met diepzwarte stampers, dunne draden en uitrolbare lappen, met silhouetten en vage details. Een verbeeldingsvolle ‘Geheugenmachine’ van herinneringen die bij wijze van aanslingeren mogelijke verhalen en associaties brouwt en uitspuugt. Een beetje zoals je bij Paul Klee’s Twittering Machine de machine (imaginair) kan aanzwengelen en daarmee de vogels kan laten kwetteren.

STAAN, LIGGEN, LEUNEN, HANGEN
Of een installatie met een zachte, geheel uit vilt gemaakte soort kaptafel, waarop stapels lapjes, linten, omgevallen flessen en bloemen. Op de vloer meer restanten van bloemen en flessen. Ernaast een bijzettafel. De spullen lijken ontfutseld uit het privé domein; de details ogen rijk, zinnelijk en lichamelijk. De gebroken witte en zachtroze kleuren doen sereen aan en het oppervlak is licht en zacht. Tegelijkertijd: deze gebruiksvoorwerpen ogen onbruikbaar, afgedankt en nutteloos…Daartoe zijn ze gekreukt, ‘verkleurd’, ingedeukt, opgestapeld en achteloos geordend.

Dit werk is meerdere keren opgenomen binnen een grotere installatie. Zo ook in een ruimtelijke opstelling in de installatie ‘Lichte dingen verschuiven iets’ (CBK, Amsterdam). Hierin werd met een paar schermen, lappen, tafels en objecten een soort habitat gecreëerd. De beelden functioneerden als bouwstenen voor deze sterk materiële, architectonische plek. Al dwalend door de installatie van zachte materialen kon de kijker zich laten verleiden tot de kleinste details, versieringen en zinnenprikkelende materialen. Maar ondanks het krachtige materiaalgebruik en de sterke associaties viel ‘de plek’ ook uiteen en voelde het verlaten aan.

EVENWICHTSKUNSTENAAR
En het in lappen en lagen vilt gehuld zittende beeld. Een plomp object. Een verstild beeld dat lijkt te wachten of rusten. Binnen de setting van een klassiek ingericht woonhuis (voor het in situ project ‘kunst op de koffie’, Arnhem) een brutale, humoristische en dwarse sta in de weg. Door brede stokken bovenop het beeld te laten balanceren vestigde het nog sterker de aandacht op zichzelf, zeker ten opzichte van het concurrerende klassieke meubilair in de woonkamer. Maar ook blokkeerde het daarmee de doorgang van de kamer en suite. Zo speelde het plomp en onbeholpen een spel: het spel van de ‘Evenwichtskunstenaar’.

TECHNIEK
De werken tenslotte, gemaakt van hout bedekt met een dikke krijtlaag of van met diepzwart pastel en conté ingewreven papier, vallen op door hun sterk materiële en fysieke aanwezigheid. Sporen van het maakproces bepalen deels de inhoud van het werk.
Dit sluit mooi aan bij de kwaliteit die ik zocht in de oudere beelden van handgemaakt vilt: Het heeft van zichzelf zeggingskracht en is rijk aan associaties; het is warm, zacht en zinnelijk en tegelijkertijd ondoordringbaar, dicht, verhullend, gekreukt en geplooid. De tijd trekt hier zichtbaar doorheen en laat zijn sporen achter. Perfectioneren is een uitdaging maar de imperfectie is een feit. Daartoe kan je het krimpen, plooien, bobbelen, samenvoegen of juist weer uit elkaar trekken.
Bij het tekenen zoek ik zowel naar een sterk licht/donker contrast als naar een materiële kwaliteit.

Diep zwart naast smetteloos wit; krassen, vegen, vlekken en oneffenheden daargelaten……