Werk – Tekst

UPCOMING 2022/2023

TIJD
“De tijd bestaat alleen omdat anders alles tegelijk zou gebeuren”
A. Einstein

De Boterhal, Hoorn – 2023
Deelnemende kunstenaars: Mieke Marx, Suzan Drummen, Martin Fenne, eventueel aan te vullen met nog een andere kunstenaar

Concept en samenstelling: Mieke Marx

Een prachtig plan lijkt het me: De tijd laten ‘voelen’, de tijd doen vertragen, dan weer te versnellen, desnoods voor even helemaal stil te zetten…
Juist in kunstwerken (én uiteraard in muziek, film of dans) lukt het om zoiets abstracts als ‘tijd’ voelbaar of zichtbaar te maken; om de tijd te verdichten, te doen stollen, voor even stil te zetten dan wel razendsnel voorbij te laten gaan.
De tijd als gestold beeld; al is het alleen maar doordat de tijd voelbaar aanwezig is in een door mensenhanden vervaardigd beeld.
En omgekeerd: Gestolde tijd in de vorm van een ver-intensiveert beeld.

Zo zien we in de ‘gestolde’ reliëf-panelen van Mieke Marx details van ouder wordende handen: We zien hangende of gebogen polsen, details van rustende handen of gebogen vingers, het samenknijpen en zachtjes in huid duwen van nagels en vingers. Een herkenbaar detail van een hand of handpalm wordt afgewisseld door een bijna abstract stuk huid. Die huid lijkt dan eens oud, robuust, pezig, gelooid, dan weer breekbaar, teer en lucide. We kruipen er heel dicht op: nagel, barst, rimpel en huidplooi komen naar voren en worden zo bijna tastbaar. De grens van intimiteit wordt opgezocht en hier en daar overschreden. De kwetsbaarheid en het veroudering-proces zijn ongemakkelijk maar ook eerlijk, mooi en ontroerend. Al van verre wordt herkend waar het hier over gaat en de kleur van huid verteld ons: lichaam, huid! Kom je dichterbij en neem je de tijd om deze werken van dichtbij te bekijken, dan vallen juist de vele kleurnuances op. Kijk je nog langer dan doemen barsten, schilfers, vlekken, krassen, en andere oneffenheden op. Langzaam ontdek je dat het hier gaat over de invloed van tijd op het menselijk lichaam: over kwetsbaarheid en verouderingsprocessen. Huid, rimpel, plooi…Materie en de kwetsbaarheid daarvan in gestolde ‘beelden’ gevat.


PLOOIEN, STRENGELEN, VLECHTEN, SCHIKKEN

Kerk aan zee, Muiderberg – 2021

Sinds het begin van de corona pandemie werk ik aan een grote serie reliëfs gebaseerd op ingezoomde foto’s van ouder wordende handen. We zien hier détails van rustende handen, gebogen polsen, het samenknijpen en zachtjes in huid duwen van nagels en vingers. Een herkenbaar détail van een hand wordt afgewisseld door een bijna abstract stuk huid. Die huid lijkt dan eens oud, robuust, pezig, gelooid, dan weer breekbaar, teer en lucide. We kruipen er heel dicht op: nagel, barst, rimpel en huidplooi komen naar voren en worden zo bijna tastbaar. De grens van intimiteit wordt opgezocht of bijna overschreden. De kwetsbaarheid en het veroudering-proces zijn ongemakkelijk maar tegelijk ontwapenend, mooi en ontroerend. Tijd speelt in deze serie een cruciale rol: we zien een sterk verdicht, confronterend beeld. Dit zichtbaar maken is als laveren tussen betrokkenheid en ontroering voelen enerzijds en een ongemakkelijk soort nieuwsgierigheid of voyeurisme bedrijven anderzijds. Met deze serie wil ik getuigen van aandacht voor het thema ‘Kwetsbaarheid’. Mijn educatieve aanbod ‘Beleef onvergetelijke kunst met Mieke’ sluit hier naadloos op aan. Zo onderzoek ik deze thematiek niet alleen via mijn autonome werk maar maak ik ook verbinding met kwetsbare ouderen. Zo tracht ik daadwerkelijk iets voor hén te betekenen…

Techniek
Lange tijd heb ik mij toegelegd op het maken van ruimtelijk werk: ik maakte beelden en installaties, vaak van zelfgemaakt vilt, gecombineerd met andere materialen of tekeningen. In dit werk speelde het maakproces, de tactiele kwaliteiten en het begrip ‘kwetsbaarheid’ een grote rol. De laatste 3 jaar heb ik echter een techniek ontwikkeld waarbij ik een oude passie, tekenen, combineer met de materiële eigenschappen van een reliëf: houten paneeltjes worden bewerkt met een dikke pasteuze krijtlaag van konijnenlijm en klei waarop ik teken, schuur, kras en gum. Deze techniek is geïnspireerd op een oud lijstenmakers recept voor het ‘verzachten’ en bedekken van houten lijsten.
Laag voor laag modelleer ik, met de kleibolus, een oppervlak gevuld met plooien, ribbels, barsten, scheuren en andere oneffenheden. Met pastel of oliekrijt en vermalen pastelpoeder wrijf, veeg, poets en teken ik de vormen er verder in. De gemodelleerde krijtlagen zijn zo dik dat ik, na het daarop aanbrengen van kleur, de toplaag er deels afschuur of weg gum. Zo ‘bevrijd’ ik de dikke reliëf-lagen én maak deze weer zichtbaar. Maar ook versterk ik bewust, door het opschuren, de stralend witte lichtkwaliteit van de onderliggende klei. De met de hand gezaagde en geschuurde houten paneeltjes, afgerond aan de hoeken, zijn niet geheel aan elkaar gelijk of perfect qua afwerking; hun ‘unieke’ uitstraling geeft ze de menselijke maat die ik zoek. Ook de zachtheid van de kleilaag, het materiële karakter van het oppervlak, de lichamelijkheid en de lichtwaardes zijn aspecten die ik bekrachtig; ze passen perfect bij mijn thematiek. Het materiële, de kwetsbaarheid, de gebrekkigheden in de vorm van kras, buts of bobbel: ze worden gezien, onder het vergrootglas gelegd.

De techniek en referenties naar andere kunstwerken
Gaandeweg het ontwikkelen van de techniek, het ‘tekenen’ met pastel en pigmentpoeders op een klei-reliëf, ontdekte ik de verwantschap met diverse technieken uit de kunstgeschiedenis. Ik hou van dit soort historische paralellen en vind het inspirerend daarop te reageren en dit te bekrachtigen. Allereerst die van de oudste tekeningen, de rotstekeningen: de bobbelige, oneffen muur wordt daar buik van een figuur, bizon of paard; ribbel of bobbel wordt hoorn, oog of huid. Al dan niet bewust gebruikt wordt het op die manier onderdeel van de tekening en draagt het, voor de hedendaagse kijker, bij aan de zeggingskracht hiervan. Ook is er verwantschap met de fresco- schilderkunst door de zachte, zuigende kwaliteit van een kalk-of klei- ondergrond. En tenslotte met het polychromeren van sculpturen, portalen of timpanen in de late Middeleeuwen of van sculpturen bij de oude Grieken, Romeinen en Etrusken. Interessant hieraan is dat later gemaakte reconstructies aantonen dat het kleurgebruik van bijvoorbeeld de Grieken niet louter decoratief was, maar ook diende om de ruimtelijkheid en het realisme van de beelden te versterken.

Naast de kleurtonen of grijswaarden is er ook de ‘huid’ van het object dat opvalt: Door het toepassen van een frottage-achtige techniek van wrijven, schuren en tekenen over onderliggende lagen en oneffenheden worden deze te voorschijn getoverd en blootgelegd.
Het object  oogt hierdoor levendig en gelaagd: aan de ene kant gecontroleerd, helder in vorm, afgewerkt en uitgebalanceerd, anderzijds ‘gepokt en gemazeld’, met een oneffen, bobbelige, aangetaste  en onregelmatige huid. Niet alleen de menselijke hand maar ook de tijd en het licht lijkt hier doorheen getrokken.
Een object als een residu…. een residu met geschiedenis, een residu van levendige processen.

Tijd
Tijd speelt in deze serie een cruciale rol: niet alleen omdat het gaat over veranderingen in het menselijk lichaam, ingezet door de hoeveelheid geleefde levensjaren, ook de vele te ontwaren lagen (onderliggende reliëf-lagen van klei met daar bovenop al dan niet geschuurde kleurlagen van pastel en pigmentpoeders) verraden een tijdrovend, aandachtig en intensief maakproces.


SCHAKELEN

Kunstgemaal, Bronkhorst – 2017
i.s.m. Martin Fenne en Suzan Drummen

Tentoonstellingsconcept en tekst: Martin Fenne

In de tentoonstelling ‘Schakelen’ staat de waarneming centraal. De drie deelnemende kunstenaars: Suzan Drummen, Mieke Marx en Martin Fenne kiezen er heel bewust voor om veel aandacht te besteden aan het oppervlak, de huid van de kunstwerken. Daardoor zijn alle werken buitengewoon levendig en gedetailleerd en ligt de betekenis van deze werken met name in wat er tijdens het actieve proces van kijken ervaren wordt.

Suzan Drummen legt steen voor steen, in complexe patronen, een veelkleurig glazen ‘tapijt’ op de grond of bevestigt deze (deels) tegen de muur. Daarbij wordt scherp gelet op de mogelijkheden die de tentoonstellingsruimte biedt. Licht, kleur, en reflecties blijken duizelingwekkende dimensies aan te kunnen nemen.
Mieke Marx creëert voor deze tentoonstelling silhouetten en organisch aandoende panelen die als reliëfs en scherven aan de wand bevestigt zijn, zoals bij een Grieks fries waaruit delen zijn verdwenen. De restanten en hiaten geven een bijna pijnlijk nauwkeurige voorstelling van hoe het geheugen werkt. De panelen zijn zacht, materieel en met een dikke krijtlaag bedekt waarop wordt getekend, gekrast en geschuurd.
Martin Fenne zet, strook voor strook, met paspelband (afzetband voor binnenvoeringen) zijn werk in elkaar. De kleuren, patronen en composities van de gerepresenteerde matrassen zijn afgeleid van zeegezichten. Dubbelgeslagen, krommend, en over elkaar heen liggend verliezen de matrassen hun vanzelfsprekende functie en ontstaat er een nieuwe esthetische assemblage.

Alle drie de kunstenaars werken hier letterlijk zonder een kader. Daardoor kunnen de werken zich horizontaal over de vloer uitspreiden, zich ophopen tegen of aan de muur; zich nestelen in een hoek, uiteenvallen in fragmenten, of de muren betrekken in een ruimtelijk spel. De tentoonstelling kan zich zo ontvouwen als een ‘mozaïekvertelling’ die de gehele tentoonstellingsruimte beslaat. Ook figuurlijk hebben deze kunstenaars zich in hun werk losgemaakt van het kader van reeds bestaande beeldtechnieken. Alle drie hebben zij een zeer specifieke techniek ontwikkelt die hen in staat stelt om op zijn minst tussen twee verschillende media te werken. Zo kunnen beelden ontstaan die zowel zinsbegoochelend als uiterst materieel zijn. Bastaardvormen die in staat zijn om materiële eigenschappen en informatie op nieuwe manieren te verstrengelen.

Verwantschap met- en aspecten van– met name de schilderkunst blijken in overvloed aanwezig en zijn ook gemakkelijk aan te wijzen: illusionisme, plasticiteit, stofuitdrukking en kleurmenging zoals we zien in Martin Fenne’s werk verwijzen heel direct naar de schilderkunst. Patronen gelegd in gekleurde, glazen stenen bij Suzan Drummen’s werk roepen associaties op met Byzantijnse mozaïeken en gebrandschilderde roos-ramen. Ook het tekenen, in Mieke Marx’ werk, als een primaire daad– het creëren van tekens op een ondergrond waarbij de eigenschappen van de ondergrond worden benut – kent een lange traditie die teruggaat tot aan de eerste rotstekeningen.

Welbeschouwd zijn de beelden in deze tentoonstelling verdichtingen in de breedste zin van het woord en wordt de ervaring van tijd en plaats nadrukkelijk op scherp gesteld. ‘Hier en nu’ en ‘toen en daar’ zijn niet langer vaste begrippenparen. Er kan en mag voortdurend geschakeld worden.

Martin Fenne


RUIMTELIJK WERK EN INSTALLATIES

Bij de wat oudere 3-dimentionale beelden en installaties doemen de figuratieve associaties vlotter op: een detail van een gezicht, een lichaam, een silhouet, een instrument, een schommelstoel, een kaptafel met verzameling flessen.
Door de figuratie en abstractie met precisie maar ook op speelse wijze te combineren ontstaan curieuze, enigszins bevreemdende beelden. Beelden die vertrouwd voelen maar ook vragen oproepen: waar kijk ik eigenlijk naar? mist er iets en zo ja, wat? Het zijn heldere, bijna esthetische vormen maar vanwaar die kreukels, plooien, bobbels, krassen?
Ook hier fragmenten waarbij de tussenruimtes op muur of in de ruimte de kijkervaring verlevendigen; ook hier vinden sporen, leegtes en hiaten volop hun plek in het maakproces.

De werken tenslotte, gemaakt van hout bedekt met een dikke krijtlaag of van met diepzwart pastel en conté ingewreven papier, vallen op door hun sterk materiële en fysieke aanwezigheid. Sporen van het maakproces bepalen deels de inhoud van het werk.
Dit sluit mooi aan bij de kwaliteit die ik zoek in de oudere beelden van handgemaakt vilt: Het heeft van zichzelf zeggingskracht en is rijk aan associaties: warm, zacht en zinnelijk maar ook ondoordringbaar, dicht, verhullend, gekreukt en geplooid. De tijd trekt hier zichtbaar doorheen en laat zijn sporen achter. Perfectioneren is een uitdaging maar de imperfectie is een feit. Daartoe kan je het krimpen, plooien, bobbelen, samenvoegen of juist weer uit elkaar trekken.